Trappen en gangen: afwerking

Aanbeveling 64
Aanvullende suggesties voor prettige, rustige, valbestendige en veilige trappen en gangen

Hoofdstuk (thema)
Bouwen en indelen (trappen en gangen)

Wegens
een groot aantal autismekenmerken

Teneinde
trappen en gangen prettiger, rustiger, valbestendiger en veiliger te maken.

Uitwerking
In het thema bij deze aanbeveling is uiteengezet hoe problematisch trappen en gangen voor mensen met autisme leerlingen kunnen zijn. In aanbeveling 62 is dat nog wat nader op de schoolsituatie toegespitst. Hun afmetingen, materialen, de belichting en het lawaai kunnen angstwekkend en verwarrend zijn. In de schoolsituatie is het ongewenste (lichamelijke) contact met medeleerlingen een nog groter probleem waar de eis bij komt om je op school efficiënt te verplaatsen. Beide kunnen de beleving van trappen en gangen extra stressverwekkend maken.

Om deze redenen zijn er betrekkelijk veel aanbevelingen op trappen en gangen gericht. Met een pleidooi voor royale maten (aanbeveling 61) wordt tegemoet gekomen aan negatieve belevingen van de afmetingen, overprikkeling, desoriëntatie en ongewenst contact. Radicaler is nog om trappen en gangen waar mogelijk te vermijden: aanbeveling 62. Aanbeveling 65 richt zich specifieker op oriëntatieproblemen en wil voorkomen dat men in verwarring raakt over waar men precies is. Trappenlawaai wordt behandeld in aanbeveling 73.

Er zijn nog enkele aanvullende aanbevelingen te doen die we rangschikken onder ‘afwerking’. Indien de maten ruim zijn en de oriëntatie goed, dan kunnen trappen of gangen nog wel drukkend of angstwekkend zijn wegens andere ruimtelijke eigenschappen die door McAllister & Maguire ‘volumetric expression’ zijn genoemd (zie het thema van deze aanbeveling). Per geval dient te worden bekeken of trappen/gangen eigenschappen hebben die voor de autistisch leerling extra verontrustend kunnen zijn.
Wat de materialen betreft: overprikkeling kan gemakkelijk optreden als de wanden van gangen of trappen te druk of te kleurrijk zijn versierd.
Verder kunnen muren van trappen of gangen beter niet grof gestuukt zijn of anderszins het gevaar met zich meebrengen dat men zich er extra pijn aan kan doen bij vallen of stoten. Het risico hierop wordt vergroot bij evenwichtsproblemen en/of lichamelijke onhandigheid.
Bij gangen is zowel wat te zeggen voor afgeronde hoeken – vriendelijk, wordt minder vuil, beschadigt minder en is minder hard – als voor scherpe: duidelijker omdat ze de grenzen visueel scherper markeren. Hier presenteert zich een van de dilemma’s van het autismevriendelijk ontwerpen waarvoor geen kant-en-klare oplossingen zijn.
Wat evenwichtsproblemen op trappen betreft: deze kunnen aanleiding zijn om de minimummaten die in de bouwvoorschriften worden gegeven ruimer te nemen. Trappen kunnen meer gebruikersvriendelijk en veiliger worden gemaakt door de treden dieper, breder en minder hoog te maken.

error: