Grenzen rond de woning

Aanbeveling 6
Zorg voor begrenzing van de woning; zo mogelijk een vrijstaand huis

Hoofdstuk (thema)
Tuin /buitenterrein (afgrenzing)

Wegens
ToM, Schakelvaardigheid, beperkingen in de sociale interactie en de communicatie

Teneinde
overlast en ongewenst contact met buren te vermijden.

Uitwerking
De woonsituatie van zelfstandig wonende mensen met autisme kan zeer sterk uiteenlopen. Sommigen wonen in een rijtjeshuis, op een of meerder verdiepingen. Anderen wonen op een gaanderijflat en een minderheid woont in een vrijstaand huis.
Uit minstens twee kleinschalige onderzoeken naar woonwensen blijkt dat mensen met autisme een sterke voorkeur hebben voor dat laatste, een vrijstaand huis. Brule et al vond dit en geeft als belangrijkste reden geluidsoverlast, evenals Van der Veeken & van Rengs die ook kookgeuren noemen.
(In aanbeveling 69 schetst het verhaal Hedwich de grote impact die geluidoverlast kan hebben.)

Van der Veeken & van Rengs zeggen het meest over deze woonwensen:
“Het merendeel van de respondenten gaf aan een vrijstaande woning te willen. Als reden hiervoor werd voornamelijk genoemd dat ze dan geen last hebben van buren. Twee respondenten gaven aan het niet erg te vinden om in een appartement te wonen, mits het goed geïsoleerd is. Eén respondent gaf aan liever in een appartement dan in een vrijstaand huis te wonen. Groen om de woning heen vonden de meeste respondenten belangrijk. Dit deels ter isolatie, maar ook voor de rustige uitstraling.”

Wat veel ter sprake kwam tijdens de interviews is een bungalowpark idee, eigenlijk een soort Center Parcs voor mensen met ASS. Deze woningen zijn allemaal vrijstaand, staan in de natuur, er zit ruimte tussen de huizen en bovendien zijn de huizen zo geplaatst dat men niet bij elkaar naar binnen kan kijken.” (Zie voor dit laatste aanbeveling 10)

De sociale problemen in de omgang met buren komen minder ter sprake, maar zullen naar alle waarschijnlijkheid vaak groot zijn, zoals verwoord door een geïnterviewde jongeman:
“Op een flat heb je boven-, beneden-, linker- en rechterburen. Die ken je allemaal niet (behalve je buren naast je waar je wel kennis mee maakt) en toch leef je daar een lange tijd mee. En als je het niet treft, dan is dat vervelend. Ik vind ook, op een galerijflat is het benauwend. Je moet langs veel andere voordeuren, je kunt maar twee kanten op, ik kan dan niet snel genoeg weggaan. Ik kom niet graag buren tegen op zo’n gang. Om al die dingen spreekt een rijtjeshuis me meer aan.”

Ofschoon twee kleine onderzoeken, is de indruk zeker dat vrijstaande woningen met beheersbare onderlinge contactmogelijkheden moeten worden aangeraden. (Aanbeveling 7 gaat over de beheersing van het contact met bezoekers.)

In gevallen waarin men over een tuin beschikt benadrukt Humphreys dat een goede afgrenzing met de openbare ruimte er een moet zijn waarin men is afgeschermd, zonder zich ingesloten te voelen. Zelfs met een stenen muur is dit te bereiken. Hij oriënteerde zich daarbij op een Zen-tuin.

*

Brule et al

Brule, Pim van den, Susanne Loeffen, Maddie Lubberink, Huis voor Kees. De wooneisen- en wensen van personen met een vorm van autisme met betrekking tot het interieur van de woning. Onderzoeksrapport. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), 2008. (scriptie)
Van de Veeken & van Rengs
Veeken, Liza van der & Fleur van Rengs, Woonwensen van mensen met een autismespectrumstoornis, Arnhem/Nijmegen, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), 2012. (scriptie) PDF
Humphreys
Humphreys, S ‘Autism & Architecture’. In: Link. Autism-Europe, 55(June)2011, p 9-13, 2011 (org 2008) PDF
error: