Thema ‘afgrenzing’

‘Afgrenzing’ is een thema bij het hoofdstuk ‘tuin/buitenterrein’ (zie De aanbevelingen). Grenzen zijn zowel in de architectuur als in het autisme van groot belang; ze spelen dan ook in wel 40% van alle aanbevelingen een rol.

Het meest centrale dilemma in de omgang, de opvoeding, de behandeling en het onderwijs rond mensen met autisme is dat tussen het beschermen tegen de buitenwereld en het streven daarin zo volwaardig mogelijk te participeren. (Zie dilemma’s.) Afhankelijk van iemands kwetsbaarheden en mogelijkheden kan die afweging voor ieder anders uitvallen, maar de weegschaal slaat nooit helemaal door naar één kant. Niemand is zo kwetsbaar dat er geen enkel contact met de samenleving mogelijk is en niemand met autisme kan zich levenslang volledig zelfstandig in de samenleving handhaven; er is tenminste een ‘Plan B’ nodig, met steun op de achtergrond.

Een gebouw of woning moet daarom zo in zijn omgeving staan dat er altijd tenminste enig contact met de openbare ruimte omheen mogelijk is. Dit contact moet in wisselende mate kunnen worden gereguleerd en beheerst teneinde tegemoet te komen aan beperkingen in de interactie en de communicatie, ToM- en schakelproblematiek. Daarin heeft een overgangsgebied in de vorm van een tuin, buitenterrein of een speelplaats een cruciale functie. Bijna alle scholen, behandel- en verblijfhuizen beschikken over zo’n overgangsgebied. De meeste woningen hebben dat ook; al is er niet overal een tuin, dan is er wel een gaanderij of een ander semi-openbaar gebied. Als ook dat ontbreekt is er wel een halletje of kan een dergelijke ruimte worden aangebracht. (Zie aanbeveling 7.) In al deze gevallen kunnen in zo’n bufferzone mogelijkheden worden gecreëerd om de persoon met autisme of zijn begeleiders in staat te stellen om te bepalen of, hoe en in welk tempo de confrontatie met een bezoeker of iemand anders van buiten gewenst is.

Daarbij gaat het om de begrenzing met de openbare ruimte in beide richtingen: naar binnen voor wie prikkels en confrontaties uit de buitenwereld teveel kunnen zijn, naar buiten om te voorkomen dat iemand daar onverhoeds in terecht komt. Kannerhuisbewoner Walter (26) zegt in een interview over de inkijk in de eigen tuin van de instelling: “dichte beschutting, anders zit ik er liever niet. Ook is het fijn als er een parasol is of een boom waar je onder kunt zitten zonder dat je buren je zien vanuit de slaapkamers. Het moet een beschut plekje zijn. Bij de voortuin een lage muur, aan de achtertuin een hoge muur, zo heb je het beste van beide werelden.” Medebewoner Onno (16) is het hartgrondig met hem eens over de tuin: “Hij moet helemaal strak en potdicht omringd zijn met coniferen.”
‘Inkijk’ is overigens een frequent terugkerend thema in minstens twee Nederlandse onderzoeken naar woonwensen van mensen met autisme. Het wordt steeds spontaan genoemd als iets dat men graag vermijdt.

De bufferfunctie van de tuin en/of het buitenterrein is niet alleen van belang ter regulering van het sociale contact met de buitenwereld, maar ook wat betreft de beheersing van zintuiglijke prikkels en de bevordering van de veiligheid. Dat laatste speelt onder andere bij kinderen die om het huis of in de tuin spelen: zij moeten binnen en vreemden buiten gehouden kunnen worden. Over het afschermen van prikkels van buiten hebben Walter en Onno zojuist al verhelderende opmerkingen gemaakt.

De noodzaak om veiligheidsmaatregelen te treffen wordt – helaas tragisch – geïllustreerd door ‘de ontsnapping’ uit school van de 14-jarige Avonte Oquendo, een verwoed hardloper die enkele maanden later dood werd gevonden. Gaan zwerven gebeurt schrikbarend vaak. Roux et al citeren onderzoek dat vond dat in de VS “… het impulsief verlaten van een gesuperviseerde situatie en het soms verdwalen” door niet minder dan 27% van de  8- tot 11-jarigen met autisme wordt gedaan en nog vaker naarmate het intellectueel en communicatief functioneren minder is. Nederlandse cijfers hierover zijn niet voorhanden; vermoedelijk gebeurt dit in Nederland minder vaak.

*Kannerhuisbewoner

Het Nederlands centrum voor autisme wier ervaring met architectuur mede aan deze website ten grondslag ligt. Zie de verantwoording
onderzoeken
Zie Adelaar, Tess, Huis Voor Kees. De wooneisen en –wensen van 55 plussers met een vorm van autisme en een normale of hoge begaafdheid met betrekking tot het interieur, de woning en de omgeving van de woning. Adviesrapport. Amersfoort, Hogeschool Utrecht, 2008. (Scriptie) En ook: Veeken, Liza van der & Fleur van Rengs, Woonwensen van mensen met een autismespectrumstoornis, Arnhem/Nijmegen, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), 2012 PDF
Avonte Oquendo
Zie de blog bij deze website. Voor een gedetailleerd verslag van Robert Kolker in New York Magazine van 30 maart 2014 en de maaatregelen die daarop in New York werden genomen zie hier.
Roux et al
Roux, Anne M., Shattuck, Paul T., Rast, Jessica E., Rava, Julianna A., and Anderson, Kristy, A. National Autism Indicators Report: Transition into Young Adulthood. Philadelphia, PA: Life Course Outcomes Research Program, A.J. Drexel Autism Institute, Drexel University, 2015. PDF
error: